zaterdag 26 mei 2018

T.S. Eliot (1888 - 1965) “Falling in Love or Reading Spinoza" [2] #spinoza


Voor ik het in het vorige blog aangekondigde gedicht van de joodse dichteres Allison Pitinii Davis breng wil ik eerst nog één aspect van Eliot behandelen: n.l. zijn anti-semitisme.
Avner Falk schrijft in Anti-semitism: A History and Psychoanalysis of Contemporary Hatred [ABC-CLIO, 2008] op p. 114 – books.google in een paragraaf over Masud Khan die me hier verder niet interesseert:
« The British literary scholar Anthony Julius studied the anti-Semitism of the American-British homosexual poet Thomas Stearns Eliot (Julius 1995). Linda Hopkins compared Eliot's anti-Semitism with that of Masud Khan:
Anthony Julius suggests that in calling a person an anti-Semite, we should address the question of what kind of anti-Semite they are. Speaking of T.S. Eliot, he writes: "Anti-Semites are not all the same. Some break Jewish bones, others wound Jewish sensibilities. Eliot falls into the second category. He was civil to Jews he knew, offensive to those who merely knew him through his work." »
Dat Eliot homoseksueel was vind ik voor mijn onderwerp minder van belang, maar zijn eventuele antisemitisme is dat wel. Ik wendde me om er meer over te weten daarom tot het boek van Anthony Julius en ontdekte dat hij een uitgebreide passage heeft waarin hij Eliot’s houding t.o.v. Spinoza onderzoekt in:

Anthony Julius, T. S. Eliot, Anti-Semitism, and Literary Form. Cambridge & New York: Cambridge University Press, 1995; New Edition with a preface and a response to the critics. New York: Thames and Hudson Ltd., 2003 – books.google
In The Guardian van 7 juni 2003 verscheen toen deze heruitgave uitkwam, dit stuk van Anthony Julius: “The poetry of prejudice" [cf.]. Ik neem aan dat het aan z’n nieuwe voorwoord met antwoord aan zijn critici is ontleend. Daarin schetst hij nog eens zijn overtuiging “that the question of Eliot's anti-semitism mattered. [..]  Most critical studies neglected this aspect of the work.” De antisemitische dichtwerken vormen een minderheid in Eliot’s werk, het gaat om: « "Burbank," "Gerontion," "Sweeney Among the Nightingales," "A Cooking Egg," and the posthumously published "Dirge". » Julius schetst als zijn aanpak: “We ought not to seek to outlaw Eliot's poems, but neither can we submit to them. We should not ban them; but we must not abandon ourselves to them. Instead we must contest that poetry, with strategies that acknowledge both its value and its menace.”
Hij heeft het over “Eliot's contempt for Jews” en ik ben benieuwd hoe dit t.a.v. Spinoza uitpakt.

T.S. Eliot (1888 - 1965) “Falling in Love or Reading Spinoza" [1] #spinoza



De aanleiding voor dit blog wordt het Spinoza-gedicht van Allison Pitinii Davis "Falls in Love, or Reads Spinoza" waarnaar ik in het blog van 17 april 2018 verwees en dat de dichteres mij toezond om op dit blog te publiceren. Dat doe ik in een volgend blog. Zij gaf aan het gedicht als motto enige beroemde regels van T.S. Eliot mee, waaruit ze ook de titel van haar gedicht destilleerde. Het leek mij nuttig ter voorbereiding op dat gedicht eerst enige inleidende blogs te maken. Over T.S. Eliot.

Thomas Stearns Eliot was dichter, toneelschrijver en invloedrijk literair criticus. Hij ontving de Nobelprijs in 1948 "for his outstanding, pioneer contribution to present-day poetry." Hij schreef gedichten als The Love Song of J. Alfred Prufrock, The Waste Land, The Hollow Men, Ash Wednesday, en Four Quartets; van de zeven toneelstukken Murder in the Cathedral en The Cocktail Party; en het essay Tradition and the Individual Talent. Eliot was geboren als Amerikaan, vertrok in 1914 toen hij 25 was naar het Verenigd Koninkrijk en werd Brits onderdaan in 1927. [cf. en.wikipedia en www.britannica.com/biography/T-S-Eliot]

woensdag 23 mei 2018

Spinoza et la littérature philosophique clandestine in Collection La Lettre clandestine - #spinoza


De Franse uitgever Classiques Garnier heeft een al jaren lopende reeks La Lettre clandestine. Deze “publishes research on the clandestine philosophical manuscripts of the 17th and 18th centuries which provided the Enlightenment philosophers with much of their critical culture.” [Cf. de Catalogus met de laatste vijf delen].
Het recentste deel kwam deze maand uit en is gewijd aan Spinoza:
Maria Susana Seguin (Dir.), La Lettre clandestine 2018 n°26: Spinoza et la littérature philosophique clandestine. Classiques Garnier - Mai 2018
Sommaire
pdf of html- Résumés/Abstracts pdf of html 


Ce numéro est consacré à la relation complexe qu’entretient la littérature philosophique clandestine avec Spinoza et son œuvre : la proximité intellectuelle avec d’autres textes, l’influence de sa pensée, l’utilisation de son nom et de sa réputation, la discussion ou la réfutation de ses idées, les milieux intellectuels de production, de circulation et de réception des textes. Le dossier Varia propose des articles sur la clandestinité philosophique, l’histoire du livre et de la censure, ainsi que des articles portant sur l’actualité de la recherche sur la littérature philosophique clandestine. Sont également réunis des comptes rendus d’ouvrages nouvellement publiés, une bibliographie des travaux les plus récents ainsi que l’annonce de nouveaux manuscrits trouvés. [Cf.]

Carl Friedrich Heman (1839 – 1919) en zijn studie “Kant und Spinoza” - #spinoza


Het was Carl Friedrich Heman [en niet Friedrich Carl Heman, zoals soms abusievelijk wordt geschreven, ook door Henri Krop in zijn in een vorig blog besproken brochure] die een schitterend artikel over “Kant und Spinoza” schreef. Hij liet soms H. en soms C.H. op de titelpagina van zijn werk afdrukken, zoals zodadelijk zal blijken. De vondst van dit artikel is de aanleiding voor dit blog.
Hier eerst het korte lemma over hem in het Jüdisches Lexikon van 1928. Dat zijn vader zich zes jaar voor zijn geboorte van joods tot evangelisch protestant bekeerd had staat daarin niet, maar dat hij zich flink met de joodse geschiedenis had bezig gehouden wel.
 

Spinoza-illustratie van Tim Enthoven - #spinoza


De Eindhovense kunstenaar Tim Enthoven maakte voor de voorstelling Spinoza die Het Zuidelijk Toneel volgend jaar gaat spelen, deze illustratie. Op de website van Het Zuidelijk Toneel is behalve de geplande speeldata nog geen informatie erover te vinden, maar in de programmaboekjes e/o op de websites over het nieuwe seizoen van de theaters in het land is die al wel te vinden. [Cf. ook dit blog van 18 april 2018]
De première zal zijn op donderdag 31 jan 2019 [Cf. – dit staat niet bij de data van hzt]. Hieronder bewaar ik de info van de Stadsschouwburg in Utrecht, waar het stuk op 7 maart 2019 zal gaan (en waar ik hoop heen te kunnen gaan). De informatie dat Enthoven de maker van de illustratie is, vond ik aldaar.  En dat Tinneke Beeckman  (mee aan) de tekst schrijft.
Tim Enthoven heeft de illustratie niet op z’n website.

dinsdag 22 mei 2018

Autonomie hoort bij Kant, NIET bij Spinoza - #spinoza


U kunt zich wellicht voorstellen hoe tevreden ik was het boekje van Henri Krop te lezen over de onoverbrugbare verschillen tussen Kant en Spinoza vooral tot uiting komend in hun verschillend vrijheidsbegrip. Vrijheid in de zin van autonomie van de mens is als het ware door Kant uitgevonden. [Cf. het vorige blog]. Het deed mij meteen terugdenken aan een discussie die ik op diverse blogs heb gevoerd.

Ik volsta met het weergeven van de eerste. In het blog van 02-12-2008 gaf ik als commentaar op het net verschenen boek van Etienne Vermeersch & Johan Braeckman, De Rivier van Herakleitos. Een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte, uitgeverij Houtekiet (2008):

De poging om Spinoza’s vrijheidsbegrip toe te lichten komt niet echt uit de verf. Tot tweemaal toe wordt hierover gesproken en tot tweemaal wordt het begrip ‘autonomie’ geïntroduceerd. In hun behandeling van deze materie lijkt het net alsof vrijheid, die zij gelijkstellen met ‘autonomie’ staat tegenover gedetermineerdheid. Zo is het niet bij Spinoza. ‘Autonomie’ is trouwens geen term van Spinoza. Bij Spinoza gaat het erom dat iemand vrij is die handelt, alleen bepaald door zijn eigen natuur en door niets vanbuiten zijn natuur wordt gedwongen, tegengewerkt of beperkt. Zo is God absoluut vrij om noodzakelijk te handelen volgens zijn natuur, daar er niets buiten zijn substantie bestaat dat enige beperking zou kunnen opleggen. De mens kan er alleen maar naar streven om iets hiervan te bereiken: te kunnen handelen naar het adequate begrip van zijn natuur, als ingebed in de totale natuur / om met intuïtieve kennis de werkelijkheid naar waarheid te begrijpen, deel te hebben aan de goddelijke kennis en daarin zijn geluk te vinden. Bij het begrip ‘autonomie’ dat deze schrijvers gebruiken lijkt het net alsof de mens handelt volgens wetten die hij zichzelf stelt. En dat is niet de manier waarop Spinoza onze werkelijkheid ziet. De auteurs spelen iets teveel hun eigen Spinozaatje-spel.

Daarop kwam als commentaar van een anonymus (mij overigens bekend):